Wijnen kunnen contrasteren met gerechten of een gerecht juist complimenteren en aanvullen. Dat kan allebei heel goed werken! Een aantal voorbeelden van contrasterende combinaties zijn: Vet en bitter: een boterige risotto met een Sangiovese, Vet en zuur: burrata met een Verdejo, Pittig en zoet: noedels met sriracha met een Gerwürztraminer, Zout en zoet: blauwe kaas met Ruby port. Je kunt ook kiezen voor wijn met smaken die het gerecht juist complimenteren en aanvullen. Denk hierbij aan: Stevig: gegrild rood vlees van de barbecue met een Malbec, Vet-boterig: kip met boter uit de oven met een houtgerijpte Chardonnay, Fris: Griekse salade met een Sauvignon blanc, Zoet: chocolademousse met PX sherry.
Niet alleen het ingrediënt bepaalt welke wijn er het beste mee samengaat. Ook de manier van bereiden en eventuele sauzen of andere extra elementen spelen daarbij een rol. Zo smaakt een gegrilde kipfilet bijvoorbeeld totaal anders dan een gepocheerd kippetje, en is het dus handig om daar rekening mee te houden bij het kiezen van een wijn. Heeft je gerecht een saus? Die kan een gerecht soms totaal transformeren. Kijk bij het kiezen van een wijn welk van de drie elementen (ingrediënt, bereidingswijze, saus) het meest bepalend is voor je gerecht, en stem daar de wijn op af.
Begin je diner met een lichte wijn en drink dan langzaam toe naar zwaardere soorten. Schenk bijvoorbeeld geen zware, houtgerijpte Chardonnay als aperitief als je daarna een lichte, frisse Grüner Veltliner hebt bedacht. Vaak gaat dit al een beetje vanzelf, omdat je over het algemeen begint met lichtere smaken en dan toewerkt naar zwaardere gerechten met stevige smaken.
Zorg dat de wijn het gerecht niet overstemt, én andersom. Serveer bij bijvoorbeeld lichte smaken zoals gestoomde vis of kip geen zwaar houtgerijpte Chardonnay, omdat er dan niets overblijft van de delicate smaak van het gerecht. En andersom: schenk bij heel spicy eten geen wijn die te hoog in zuren is. Door de pittigheid van het eten blijft dan alleen het zuur uit de wijn overeind en gaan alle genuanceerde aroma’s verloren. Niet per se lekker.
Serveer je een gerecht met veel verschillende smaken bij elkaar? Dan doe je er goed aan om een ‘gelaagde’ wijn te kiezen. Een eenvoudige wijn valt namelijk helemaal in het niet bij een gerecht met complexe smaken en texturen (zoals een truffelrisotto met een gepocheerd ei).
Je kunt ook gewoon gaan voor een meer allround wijn die bij veel verschillende gerechten past. En het belangrijkste: een wijn die jij (en je gasten!) graag drinken. Hierover kunnen ze je in een wijnwinkel ook adviseren als de beste.