Veel Peperstraten kregen hun naam volgens Van Trier al voor het begin van de veertiende eeuw kregen, in een periode dat überhaupt nog nauwelijks gebruik werd gemaakt van straatnamen.
De specerijhandel van de VOC was ook nog lang niet op gang gekomen, dus daar kunnen de straten niet naar zijn vernoemd.
Peper zelf was al wel bekend, onder meer als kostbaar ruilmiddel, maar de onderzoeksters acht het onwaarschijnlijk dat de straten hun naam daar aan danken.
Zo’n tachtig procent van de gevonden Peperstraten liggen volgens Van Trier in middeleeuwse stadsdelen uit de periode 1000-1250.
Na bestudering van oude kaarten en bezoek ter plaatse, concludeerde Van Trier dat deze oude straten vaak vanaf het water naar een markt lopen.
Volgens de Brabantse danken de straten hun naam hoogstwaarschijnlijk aan een materiaal dat vroeger over deze (water)wegen werd vervoerd: tufsteen.
Dat lijkt helemaal niet zo vreemd, als je bedenkt dat deze vulkanische steensoort vroeger ook wel bekend stond als ‘pepersteen’.
Tijdens haar onderzoek ontdekte Van Trier dat in laatstgenoemde land veel Pfefferwegen vanaf een groeve naar rivieren liepen, vanwaar de tufsteen verder vervoerd kon worden.