Wijn is geen fles, het is een beleving.
Het restaurant moet dat kelnerdrama ergens van bekostigen.
Glazen sneuvelen sneller dan je zelfvertrouwen na drie flessen wijn.
Omdat je het tóch gaat bestellen.
Je weet wel, die gierigaard die het hele etentje verpest door de illusie van luxe bruut te doorbreken met een bestelling die letterlijk gratis is.
Die fles die jij gisteren bij de slijter voor een prikkie hebt gescoord, heeft in dit restaurant dus een tweede leven als salarisfonds voor het personeel.
Niet alleen voor de wijn, maar voor het hele theater eromheen.
Je denkt misschien: “Wat nou overheadkosten? Ze schenken gewoon wijn in een glas, toch?”
Glazen in een restaurant hebben een korter leven dan een goudvis op zomerkermis.
Tel daar nog eens bij op dat er af en toe een fles sneuvelt.
Je snapt: al die verloren liters druivennectar moeten ergens worden terugverdiend.
Dat gebeurt met jóúw fles.
Serieus, heb je ooit iemand in een restaurant zien zeggen: “Nah, laat die wijn maar zitten, ik neem gewoon een glaasje kraanwater?”
Je weet dat de gemiddelde restauranthouder zijn personeel niet betaalt met warme handdrukken en complimenten?
Die obers, koks en die sommelier met de priemende blik in zijn ogen willen aan het einde van de maand gewoon keiharde euro’s zien.
Zie het als een sympathieke donatie.
Een vorm van liefdadigheid waarbij jij uiteindelijk alsnog dronken wordt.
Spoiler: dat gebeurt met jóúw fles.