Je gebruikt te weinig vocht. Voeg genoeg vloeistof toe, het vlees moet helemaal koppie-onder staan in je pan. Check af en toe of alles nog onder staat en voeg anders wat extra bouillon toe. Je pakt het verkeerde vlees: voor een stoofgerecht gebruik je meestal rundvlees, lamsvlees of wild, bepaalde stukken varken, maar ook kip is een optie. Kip stoven gaat het beste door het niet te lang te doen, want dan valt het helemaal uit elkaar.
Je vergeet eerst aan te braden. Oma bestrooide het vlees altijd met een beetje bloem en bakte het daarna kort aan. Dat hoeft natuurlijk niet, maar als je het vlees even dichtschroeit voordat je gaat stoven, krijg je een diepere smaak en een donkerder saus. En die bloem op het vlees zorgt voor een meer gebonden saus.
Dus om samenvattend een lekker zachte stoof te maken met voldoende saus, bijvoorbeeld zuurvlees, moet je het vlees niet te lang stoven, voldoende vloeistof toevoegen, altijd eerst aanbraden en genoeg tijd nemen om rustig een paar uur te stoven. Het is de moeite waard om te weten dat het toevoegen van bloem aan het vlees zorgt voor een meer gebonden saus. Het vlees moet geheel ondergedompeld zijn in de saus, het liefst in een gietijzeren pan, en deze pan niet te openen. Langzaam pruttelen zorgt voor de boterzachte structuur.