Goede slogans zijn "Bedenk goed wat je met je laatste Rolo doet", "Calvé Pindakaas. Wie is er niet groot mee geworden?", "Hornbach, er is altijd iets te doen", "Just do it", "Because you’re worth it", "Dat zeg ik, Gamma", "Hotel? Trivago".
Een goede slogan onthoud je dus.
Probeer het zelf eens uit.
Weet je de merken van de volgende slogans?
Finger lickin’ good
Leuker kunnen we het niet maken, wel makkelijker
Geeft je vleugels
Have a break. Have a
Easy Breezy Beautiful
Zorg dat je boodschap in 1 keer duidelijk is
De basis van je boodschap moet passen bij de behoefte van je doelgroep
Bedenk welke emotie je wilt aanspreken, bijvoorbeeld zelfwaarde bij L’Oréal Paris
Zeg veel in weinig woorden.
Probeer je sterke punten samen te voegen tot een paar woorden, liefst niet meer dan 6 tot 8
Geef aan wat je product of dienst onderscheidend maakt (USP’s)
Vermijd clichés
Gebruik humor, maar onthoud dat niet iedereen dezelfde humor heeft
Laat de taal zijn werk doen.
Bijvoorbeeld door rijm of alliteratie
Het moet lekker bekken, anders heeft je slogan niet het gewenste effect
Formulier positief, nooit negatief.
Je wilt namelijk dat consumenten een positieve associatie hebben met je bedrijf