De herkomst van huzarensalade is, zoals bij vele gerechten het geval is, niet helemaal bekend.
Daarover doen verschillende verhalen de ronde.
Zo werd in een Frans kookboek uit de 14de eeuw melding gemaakt van een keukenhulp, die voor een huzaar (soldaat in het leger) etensrestjes bewaarde voor als hij terugkwam van een gevecht.
Volgens een andere verklaring waren Huzaren verantwoordelijk voor de naam.
Dat waren van oorsprong Hongaarse ruiters, die gelegerd in het Keizerlijke Oostenrijkse leger ten strijde trokken tegen de Turken.
Huzaren werden vooral ingezet om vijandelijk gebied te verkennen.
Eenmaal omringd door de vijand moesten ze ongemerkt zien te blijven en mochten ze geen vuur maken.
Daarom namen de Huzaren vooraf bereid voedsel mee, zoals koude salades met aardappelen en vlees.
Deze salades kregen al snel de naam huzarensalade.
Ook zijn er bronnen, die zeggen dat huzarensalade is uitgevonden door ene Lucien Olivier, een Belgische kok, die vanaf 1864 mede-eigenaar was van het restaurant Hermitage in Moskou.
Vandaar dat deze salade in Rusland ook wel ‘salade Olivier’ heet.
Eigenlijk is het vreemd dat een dergelijke salade alleen in Nederland een huzarensalade heet en in de rest van de wereld ‘Russische salade’ wordt genoemd.
De oorsprong van de naam Russische salade zouden we moeten zoeken bij Franse koks.
Zij zouden alles wat een exotisch tintje moest hebben de term à la Russe hebben meegegeven.
Russische salade is vergelijkbaar met huzarensalade, maar nét even anders.
Het verschil is dat bij Russische salade altijd een gekookt ei wordt toegevoegd, met daarop eventueel een beetje kaviaar.
Het vlees wordt in de Russische salade vaak vervangen door vis.