Tot en met de 18e eeuw wordt het diner in één keer geserveerd.
Pas begin 19e eeuw voert de Russische ambassadeur Alexander Kurakin de vorm in zoals zij die nu kennen, de gangen na elkaar serveren.
Tot dan is het vooral fruit wat als dessert wordt geserveerd.
Suiker wordt al vroeg ontdekt, maar nog niet toegepast in eten.
Pas in de late middeleeuwen wordt het gebruikt om voeding te verrijken en krijgt het (gezoete) toetje echt zijn vaste vorm.
Aangezien suiker voor velen in die tijd onbetaalbaar is, blijft het in eerste instantie en lekkernij die alleen in welgestelde kringen wordt gegeten.
Maar door de ontdekking van suiker wordt het toetje een vaste waarde van het menu.
Van kant-en-klare toetjes is nog geen sprake.
Pudding is populair.
Zo eenvoudig als we dat nu kunnen maken, is het dan nog niet.
Het zijn ingewikkelde kookprocessen die alleen de rijken zich kunnen permitteren.
Maar met de komst van gelatine en maizena tussen 1840 en 1865, gaat de ontwikkeling snel.
In steeds meer kookboeken verschijnen recepten van pudding.
Als in 1899 Klaas Honig een fabriek opent waar maisstijfsel, maizena en puddingpoeders worden gemaakt, kunnen mensen thuis hun eigen toetjes maken.
Daarna gaat de ontwikkeling van het toetje snel.
Midden jaren 50 van de 20e eeuw komt Saroma als eerste fabrikant met een poeder dat met alleen de toevoeging van melk, instant pudding maakt.
Begin jaren 70 komt fabrikant Mona met de eerste desserts die zo op tafel kunnen.
In feite is dus het zuiveltoetje zoals wij het nu kennen pas in de jaren 70 echt geïntroduceerd.
Inmiddels bestaat een toetje meer dan alleen uit pudding en vla.
IJs, taartjes en ook hartige desserts staan op het menu.