Om het volledige smaakpalet te ervaren doorloop je best een aantal stappen.
1. Kijken
Alleen bij goed licht, kun je de kleur van de wijn beoordelen.
Wat ook helpt, is een witte achtergrond.
Bijvoorbeeld: een witte serviette.
2. Ruiken
Veel wijnproevers draaien met hun glas voordat ze gaan ruiken.
Dit doe je best niet onmiddellijk.
Hou je glas stil en steek je neus er in.
Die allereerste snuif vertelt je veel over de wijn.
Ruikt hij zuiver, of zit er een vreemd luchtje aan?
Daarna ga je pas walsen: je draait kleine cirkeltjes en ruikt dan opnieuw.
3. Proeven
En nu neem je een slok.
Som-mige wijn-proevers zijn heel luidruchtig, ze slurpen en gorgelen.
Maar door wat lucht naar binnen te zuigen en geluiden te maken, raakt de wijn in contact met zuurstof.
Daardoor komen er meer aroma’s vrij en die gaan dan via je mondholte naar je neus.
4. Na-proeven
Klaar met proeven?
Dan wordt het slikken, of als je serieus proeft, uitspugen.
Proef nog even na.
De smaak die na het spugen of slikken in je mond blijft hangen, de afdronk, zegt ook iets over de wijn.
Ga nu na of je de wijn nog eens wil drinken of liever nooit meer.
Vertel ook de redenen waarom je dit denkt.