Elke wijnkaart is weer anders qua indeling.
De ideale wijnkaart laat zich lezen en beleven als een ontdekkingsreis.
Niet alleen de herkomst, de druivensoorten en het jaartal worden beschreven, maar ook relevante wetenswaardigheden, zoals smaakstijl en beproefde combinaties van de betreffende wijn met bepaalde gerechten.
Dit maakt kiezen gemakkelijker.
Wit
Zoek daarom naar aanknopingspunten, hoe summier de beschrijving op de kaart ook is.
Wordt de druif (druiven) vermeld?
Mooi, want dat zegt tenminste wat over de mogelijke smaakstijl.
Een Pinot Blanc en een Sauvignon Blanc zijn frisse, droge witte wijnen en passen bij ‘strakke’ voorgerechten.
Een Chardonnay is wat voller en begeleidt een gerecht met een romige saus prima.
Een gerecht met veel aroma en smaak, vraagt om een aromatische wijn zoals een Grüner Veltliner, Albarino of een Viognier.
Rood
Voor rood geldt hetzelfde.
Wordt op de wijnkaart een smaakimpressie gegeven, dan wordt kiezen gemakkelijker.
Want de regel is dat de smaak van het gerecht (bv. een volle, rijke smaak) moet harmoniëren met de smaak van de wijn (dus ook een volle, rijke smaak).
Ontbreekt de smaakimpressie in de beschrijving, maar wordt wel de druif (druiven) vermeld?
Dan kan het kiezen op smaak weer beginnen.
Wijn gemaakt van de Cabernet Sauvignon (veel Bordeauxwijnen), de Tempranillo of Nebbiolo (Italiaanse druif uit bv. de Piemonte) zijn stevig, intens en vol.
Wijnen gemaakt van de druiven Merlot, Argentijnse Malbec of de Shiraz/Syrah, zijn rond en zacht.
Bij lichtere gerechten (voorgerechten, maar ook hoofdgerechten) kan de druif Gamay (uit de Beaujolais) of Spätburgunder gekozen worden.
Deze zijn lichter en fruitiger.