Burgerij of bourgeoisie betekent letterlijk de inwoners van een stad. Het begrip drukt een zekere autonomie van de stadsbevolking uit, vervat in burgerrechten, die niet golden voor de bewoners van het platteland. De burgerlijke klasse wordt geassocieerd met waarden als handels- en ondernemingsgeest, rationeel handelen, individualisme, politiek en economisch liberalisme, republikeins bestuur. In het marxisme en diverse andere socialistische denkwijzen wordt de bourgeoisie gelijkgesteld aan de kapitalisten: degenen die de economie domineren en leven van winst, ontstaan uit de arbeid van anderen. De oorsprong van de moderne burgerij ligt in de West-Europese steden in de late middeleeuwen, waar een nieuwe middenklasse van handelaren en gildemeesters prestige ontleenden aan hun groeiende vermogens en rechten van burgerschap verwierven.
Echter ontbreekt de precieze begripsbepaling van het verschil tussen burger en burgerij. Het artikel La sortie du bourgeois, geschreven door Jean Béraud (1889) geeft hier geen uitsluitsel over.